Ons CO2 neutrale oma
Deze Kerstmis groet ik ons oma Cornelia (1893-1979), terwijl ik bij de houtkachel zit met drie schemerlampen en drie ritsen kerstverlichting aan, de koelkast en de diepvries draaien, de lamp aan de voordeur de vreemdeling begroet, de laptop zoemt, de televisie duizenden plaatjes per uur toont, de afwasmachine de vaat schoon spoelt en de wasmachine onze was wast. En wij allemaal de tol betalen met een vieze aarde en klimaatverandering.
Ons Oma deed het anders. Ze had geen auto, zuivel kocht ze in glas bij de melkboer, die aan de deur kwam, net als de slagersjongen op zijn bakfiets. Fruit kwam uit de boomgaard. Van kiwi en cranberry had ze nooit gehoord. Oma kookte op een Butagasfornuis en groente verbouwde ze in de moestuin achter het huis. Aardbeien had ze in overvloed. Wij, haar kleinkinderen, aten ze tot we helemaal onder de uitslag zaten. Eten weggooien was doodzonde. Versleten onderbroeken van merk Hollandia Tricot hemden toverde ze om tot vaatdoeken. Haar hond Kas, een debiele boxer die in autobanden beet van gekte, leefde op water en Bonzo brokken. Bonzo zat in papieren zakken, maar op een keer in een knalgele plastic bak in de vorm van een grote frietzak. Oma vermaakte dit ding tot breitas, door er gaatjes in te boren, en daar – bij wijze van handvat – een elastiek door te rijgen. Haar breipennen pasten er perfect in. Hergebruik voordat het woord uitgevonden was. Met Sinterklaas aten we sinaasappels die ze op stal bewaarde, zo koud dat je tandvlees er spontaan van omhoog kroop. Meerdere broers en zussen kampen levenslang met paradontitis. Kerstmis vierde ze ook milieubewust. De kerstboom stond in een kamer apart, met lichtjes erin, die even aan mochten als wij met haar De Herdertjes lagen bij Nachte zongen.
Als oma een nieuwe jas kocht – in alle kleuren als het maar zwart was – deed ze daar tien jaar mee. Ze zorgde ervoor dat haar mantel mooi bleef door er niet op te gaan zitten. Door de week droeg ze de oude jas af.
Eenmaal per week ging ze in bad. Ze liet de Vaillant badgeiser, ik zie het konijntjeslogo nog voor me – flink brullen. Ik denk dat ze genoot van de warmte. Ze hield ook erg van zonnebaden en in haar zwarte jurk zat ze eindeloos in de zon, bijna als een accu in de oplader.
Vaak zat ons oma in de schemering gewoon maar in het donker.
Oma zou een goeie geweest zijn om de Klimaattop van Kopenhagen toe te spreken, ernstig en overtuigd als ze was van haar manier van leven. Ze was zuinig en dat wilde ze ook zijn. Maar was ze nou zo heel anders dan de andere oma’s van die tijd?
In gedachten hoor ik ons oma zeggen: “Is het niet wat veel, al die apparaten?”
“Ja oma, misschien heb je wel gelijk. Ik zal er eens over denken, onder de kerstboom.”
